Ik was er echt aan toe om in een verpleeghuis te gaan wonen

Teun (21) studeert humanistiek en woont in een verpleeghuis. Zijn huisgenoten hebben een gemeenschappelijke deler: dementie.

Eerste coronagolf: verzorgende en mantelzorger

De eerste coronagolf heb ik meegemaakt in een verpleeghuis in Brabant waar ik destijds werkte. Daar ben ik verbaasd geraakt over de manier waarop we beleid maken. Ik vroeg mij dagelijks af: ‘Wat vinden mensen met dementie en familie hiervan?’ Het was vaak meer informeren en ik miste de gezamenlijkheid. In deze periode was ik ook mantelzorger voor het zusje van mijn oma. Zij is overleden. Toevallig woonde zij in hetzelfde verpleeghuis als waar ik werkte. Als familielid mocht ik het huis niet in, maar ik kwam er wel om te werken.

Deze rollen interesseren mij heel erg: zorgen en mantelzorg heb ik ervaren, maar ik wist niet hoe het zou zijn om dagelijks omringd te zijn met mensen waarbij de gemeenschappelijke deler dementie is. Wat houdt dat in? En hoe zou het zijn om met hen samen te wonen?

Verhuizen naar een verpleeghuis

Ik was er echt aan toe om in een verpleeghuis te gaan wonen. Het is een droom die steeds groter werd. Ik had mij ingeschreven voor de studie pre Master Zorgethiek en Beleid en Humanistiek in Utrecht en toen ben ik op zoek gegaan naar een organisatie die een visie heeft waar ik mij in kan vinden. Na een gesprek, ook met huisgenoten, familie en zorgverleners was iedereen enthousiast en zo komt het dat ik op 3 augustus onder moeders vleugels vandaan ben gegaan en verhuisd ben naar een verpleeghuis. Mijn moeder zei: ‘ik had nooit verwacht dat mijn zoon eerder in een verpleeghuis zou wonen dan ik.’

Quarantaine met mijn huisgenoten

Het wonen hier bevalt heel goed, het doet veel met me en laat me nadenken. Ik vind het fijn om met mijn huisgenoten samen te zijn. We hebben een periode van quarantaine gehad. Die was heel heftig, de bewegingsvrijheid was verdwenen. Als je thuis bent dan heb je nog dingen die je op een dag kunt doen: lekker naar buiten gaan bijvoorbeeld of met de hond wandelen. In deze tijd zag je mensen heel weinig en er komt niemand op de afdeling. Het leven wordt leven van maaltijd naar maaltijd en dat wil je voorkomen. Na bijna twee weken zag ik de manager, ze vroeg hoe het met me ging. Dat was in die weken de eerste keer dat iemand zo specifiek vroeg hoe het met mij ging. Het was eenzaam. De mensen met wie je een relatie hebt, die fysieke nabijheid is verdwenen. De afstand tussen het leven in het verpleeghuis en de rest van de samenleving wordt ongelofelijk groot. En ik probeer nu juist die drempel te verlagen.

Tijdens de quarantaine

Het raambezoek dat ik tijdens de quarantaine kreeg, vond ik heel confronterend. Ik weet niet of ik het fijn vond, het was eerder een beetje beklemmend. Sommigen van mijn huisgenoten ervaarden hetzelfde en sommigen leefden met het idee dat hun dochter net nog was geweest. Er waren huisgenoten die meer naar mij toe trokken, omdat mensen logischerwijs toch behoefte hebben aan contact, misschien wel het contact van maatje zijn. Wat heel interessant is, is hoe we mensen mee kunnen laten doen. Dat zit hem met name in het serieus nemen, vragen hoe het met hen gaat en naar hun mening vragen. Zoals ook bijvoorbeeld een interview. Een aantal van mijn huisgenoten vinden het fijn wanneer er naar hun mening wordt gevraagd. Daarmee geef je het leven van iemand in quarantainetijd meer inhoud dan leven van maaltijd naar maaltijd.

Verlies van spieren

Ik heb altijd spierspanning in mijn benen gehad, daar krijg ik medicatie voor en die medicatie was in drie dagen tijd verdriedubbeld. Ik als 21-jarige bouw snel weer spierweefsel op, dan ben je snel weer vitaal, maar wat doet quarantaine met de spieren van iemand die ouder is?

Ander leven mee naar binnen

Wat je heel erg merkt is dat je als verpleegkundige vanuit ratio wordt opgeleid. Ik weet van geen van mijn huisgenoten de zorgvraag en dat maakt dat ik geen ziektegerichte vragen stel. Niemand vindt het leuk om in het spreekwoordelijke hokje geplaatst te worden. Op het moment dat je woonomgevingen creëert waar dat hokje wel aanwezig is, dan krijgt het leven een hele andere vorm van diversiteit. Het is mooi dat ik mijn leven mee naar binnen heb kunnen nemen. Met kerst zit iedereen hier met iemand van buiten het verpleeghuis aan tafel. Mijn moeder komt. Je neemt letterlijk een ander leven mee naar binnen.

Tineke, de huisgenoot van Teun, over Teun zijn komst

Ik vind het ontzettend gezellig dat Teun hier is komen wonen. Van meet af aan hadden we een goede klik. We hebben ook leuke dingen gedaan. Ik moest met hem op de fiets en we hebben wijn gedronken bij zonsondergang. Het is geweldig zoals we hier met elkaar omgaan. Iedereen is blij als Teun weer binnenkomt. Ik vind het zelf ook fijn om hem weer te zien als hij weg is geweest en ik weet zeker dat heel veel mensen op het park er zo over denken. Het is echt een goede vriend van mij en ik zou hem missen als hij weggaat.