Door de corona-uitbraak word je als mantelzorger meer belast

Feruze uit Rotterdam, ongehuwd, mantelzorger voor haar 80-jarige ouders

Bezorgd over mijn ouders

Als mantelzorger maak ik mij zorgen over mijn ouders. Ze zijn tachtig jaar, kwetsbaar en wonen met ondersteuning nog zelfstandig thuis. Mijn ouders spreken slecht Nederlands en dit maakt ze afhankelijker van de eigen sociale omgeving. Tijdens een persconferentie eindigde minister De Jonge zijn speech met “We houden afstand van elkaar en we houden oog voor elkaar”. Mooi gezegd, maar in de praktijk blijft dit lastig. Normaal ontvangen mijn ouders veel bezoek van de (klein)kinderen. Dit is door de uitbraak van corona natuurlijk niet meer mogelijk. Niet alleen mijn ouders, maar ook de (klein)kinderen hebben er moeite mee. Het blijft een lastig dilemma: wat als je ze bezoekt en ze worden ziek? En als je niet gaat, hoe moeten ze het dan zelfstandig redden? Als mantelzorger is het voortdurend afstand houden bijna onmogelijk. Helemaal niet bezoeken is geen optie, de boodschappen moeten toch gedaan worden…

Moeder gaat met de tijd mee

Sinds de corona-uitbraak proberen wij video-bellen uit met mijn ouders. Mijn moeder is nieuwsgierig en staat ervoor open. Terwijl mijn vader niks van de digitale, online wereld wil hebben. Hij vindt het online bellen eerder vermoeiend. Hij heeft behoefte aan fysiek contact; gewoon praten en vooral de (klein)kinderen knuffelen. Via haar krijgen wij een beeld van mijn vader. Letterlijk en figuurlijk… Ook wij moesten wennen aan het videobellen met mijn ouders. In eerste instantie was het de vraag of het wel zou lukken. Toen wij zagen dat mijn moeder ermee om kon gaan, waren wij trots. Mooi om te zien dat zij niet is uitgeleerd en meegaat met de tijd. Natuurlijk hebben wij onwijs gelachen om de manier hoe zij dan met de camera omgaat. Mijn moeder wist maar niet hoe zij moest ophangen. Dan bellen ze mij op om te vragen hoe zij moet ophangen.

Bezig blijven

Wat doe je als je het huis niet uit mag? Mijn ouders proberen ’bezig’ te blijven en wij kijken hoe wij daarin kunnen ondersteunen. Mijn vader zoekt nu vooral afleiding met tuineren. Wij zorgen ervoor dat zij voldoende plantjes en alle gereedschap in huis hebben. Zo blijft hij in beweging. Mijn moeder leest en kijkt veel tv. Wij maken ons wel zorgen of zij voldoende bewegen.

Méér dan mantelzorger

Door de corona-uitbraak word je als mantelzorger meer belast, want er komen meer vragen op je af. Zo belde de huisarts om te vragen of mijn ouders gereanimeerd willen worden. Een normale vraag onder normale omstandigheden, maar tijdens de coronatijden is het confronterend. Vervolgens moeten wij dit navragen bij mijn ouders, die de vraag dan niet helemaal snappen. “Als je dood gaat, ga je toch dood?,” was het antwoord. Waarop wij moeten doorvragen. Als mantelzorger ben je in deze tijden méér dan alleen mantelzorger; je bent de professional, de coördinator, de toegang tot de buitenwereld en je blijft natuurlijk ook de dochter.

Bijzondere gesprekken

Door de corona-uitbraak hebben wij ook gesprekken over de dood. Mijn ouders hebben de wens om in Turkije begraven te worden. Ze hebben een bepaald beeld van hoe de begrafenis moet zijn en hebben hiervoor zelfs het een en ander geregeld. Met de huidige omstandigheden is dit echter niet mogelijk. Wij proberen daarover op een luchtige manier te praten. Dan zeggen mijn ouders: “Tja, dan moeten wij het coronavirus zeker overleven, want wij willen niet op deze manier gaan.” Dat geeft ze  weer kracht om niet op te geven.

Eyeopener

Ondanks alle onzekerheid die het coronavirus met zich meebrengt, zie ik dat mijn ouders positief en nuchter zijn. Ik heb het idee dat wij ons meer zorgen maken, dan dat zij dat zelf doen. Voor mij ook een eyeopener: onderschat de veerkracht van de ouderen niet. Zij hebben veel meegemaakt en hebben genoeg levenservaring om te kunnen relativeren.