Ik kan mijn vader niet bezoeken in Belgenland

Ellen (51) uit Bodegraven, getrouwd, directiesecretaresse

Grenzen dicht

Mijn vader woont samen met zijn vrouw in België, daar zijn ze ooit gaan wonen. Het gaat hartstikke goed, ze wonen zelfstandig. Toen dit allemaal begon, stond ik er helemaal niet zo bij stil dat ze over de grens wonen, maar toen werd België strenger en gingen de grenzen dicht. Ondanks dat het nu natuurlijk niet verstandig is om naar mijn vader toe te gaan, kan het op dit moment dus ook echt niet. Ik maak me zorgen dat ze iets oplopen en dat je dan niet weet wanneer je elkaar weer kunt zien. Dat is eng en dat grijpt mij bij vlagen wel aan.

Kantje boord

Mijn vader is 86 en is vorig jaar heel ziek geweest, het was kantje boord. Zijn vrouw is 83. Ze zitten toch in de risicogroep. Gelukkig zijn ze heel voorzichtig. Toen de grenzen nog niet dicht waren, gaven ze al aan dat ze het niet prettig vonden als wij langs zouden komen. Ze blijven veel binnen, gaan een keer in de week de deur uit voor boodschappen en zien geen mensen. Mijn vader vindt het nu wel echt stil, want ja, er komt niemand meer.

Dochter-vader appgroep

We hebben contact via telefoon. Gelukkig is mijn vader goed op de hoogte van allerlei technische snufjes. Skypen of FaceTimen is dus geen probleem. Hij heeft zelfs een saturatiemeter gekocht om zelf zijn zuurstof in de gaten te kunnen houden. Toen mijn vader zo ziek was, zijn mijn zus en ik op WhatsApp een dochter-vader groep gestart; die groepsapp heb ik weer leven ingeblazen. Hij vindt het wel leuk om te beeldbellen, maar komt liever zelf niet in beeld. Als we bellen, vraag ik: “hoe is het in Belgenland?”. Zegt hij: “lekker rustig hoor”. Voor de gein vraag ik: “mis je ons niet?”, maar eigenlijk is mijn zorg vooral of ze nog gezond zijn.

Collegialiteit

We hadden net de persconferentie van Rutte gekeken toen ik het gedicht las [zie foto hieronder, red.]. Ik moet dan gewoon bijna huilen als ik denk aan de mensen die geen bezoek mogen ontvangen. En dus ook als ik denk aan mijn vader in België waar ik niet naartoe kan. Ik deelde het gedicht en mijn verhaal in de appgroep van mijn werk. Achteraf denk ik dan: “had ik dit nou wel moeten delen? Wat zit ik nou te zeiken? Ik ben gezond en heb mijn werk nog”. Uit de reacties van mijn collega’s blijkt dat er oog is voor mijn emoties en dat ik me er niet voor hoef te schamen. De collegialiteit die daaruit spreekt, vind ik bijzonder en lief. Ik los dingen vaak op met humor, luchtigheid en cynisme. Maar er zit ook een zwakke kant in, die af en toe boven komt en dan heb ik behoefte om die te delen.

Knuffelen

Als de grenzen open gaan, dan springen we in de auto en dan gaan we. Of er geknuffeld kan worden is dan maar de vraag, want dan geldt waarschijnlijk nog de regel van anderhalve meter afstand. Daarbij weet ik niet of mijn vader het dan aandurft. Zonder vaccin is op afstand blijven denk ik onze nieuwe toekomst. De vraag is of we elkaar weer mogen knuffelen als de samenleving straks weer langzamerhand gaat opstarten.